belgianpolotrophy | Polo
15338
page,page-id-15338,page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-7.5,wpb-js-composer js-comp-ver-4.5.3,vc_responsive

Polo

polo geschiedenis

GESCHIEDENIS

Het woord polo stamt uit het Indisch en betekent bal. De eerste
aanwijzing van beoefening van dit oude ruiterspel heeft men echter
gevonden omstreeks 900 voor Christus bij de vorstenhuizen van
de Meden en de Perzen. Daar beheersten ook de hofdames
het spel waarvoor zij door dichters werden geroemd. In het rijk
van Dzjengis Khan en ook bij andere Aziatische ruitervolkeren
stond het polo als behendigheidsspel in hoog aanzien.
Via Byzantium kwam polo naar India, waar men het aan het hof
van de Mogolkeizers hartstochtelijk beoefende.
Engelse militairen ontdekten de polosport in Noord-
India en Pakistan. Het bleek een uitstekende manier te zijn om de
paarden te trainen voor de krijgsdienst. Het spel werd pas in Europa
bekend, nadat Britse officieren het ‘paardenhockey’ in 1869 vanuit
de koloniën naar Engeland brachten, in 1872 werd daar de eerste
poloclub opgericht. In 1875 deed polo zijn intrede in Argentinië en
in 1876 in Amerika. Polo was een Olympische sport in 1900, 1908,
1920, 1924 en 1936.
Momenteel zijn er wereldwijd ongeveer 30.000 polospelers actief.
Pololand bij uitstek is Argentinië. In Europa zijn Engeland en Spanje
de landen waar het meest gespeeld wordt. Overal waar polo wordt
beoefend zijn internationale toernooien.

REGELS

Beide ploegen bestaan uit vier ruiters die strijden op een speelveld
is 300 yard (ca. 274 m) lang en 200 yd (ca. 183 m) breed. Het
doel bestaat uit twee palen, die op ongeveer 7,5 meter van elkaar
staan. Wedstrijden gaan over vier perioden ‘chukka’ genoemd, van
ieder 7½ minuut speeltijd. Na elke chukka wisselen de spelers van
paard. Polo is immers een erg intensieve sport, waarin de paarden
tegen uitputting moeten worden beschermd. Anderzijds gaat het
bij polo om snelheid, die je enkel kan bereiken met een fris paard
in topconditie.
Dit betekent dat je voor een team 16 paarden, en voor een wedstrijd
minimaal 32 paarden nodig hebt.
Na ieder doelpunt wisselt men van speelhelft. Bij het begin van het
spel werpt de hoofdscheidsrechter de bal in het midden van het
veld. Deze arbiter en een tweede bereden scheidsrechter zorgen
voor de naleving van de spelregels. Ook bij paardpolo bestaan er
strafslagen vanaf een merkteken op negen meter voor het doel, vrije
slagen, en dergelijke. Om ongelukken te voorkomen wanneer de
paarden met hoge snelheid over het gras lopen kent het spel een
voorrangsregeling. Voorrang heeft degene, die in de onmiddellijke
bewegingslijn van de bal of onder de kleinste hoek komt aanrijden.
Men mag de weg van de bal niet kruisen.

process21
polo

PAARD EN UITRUSTING

Iedere speler heeft meerdere paarden nodig. De benaming
‘polopaard’ is tegenwoordig juister dan de traditionele naam
‘polopony’, omdat sinds 1945 de beperkingen in grootte zijn
vervallen. Het paard moet een korte pas hebben, beschikken over
uitstekende wendbaarheid, voldoende temperament en goed aan
het spel gewend zijn. Landen waar goede polopaarden gefokt
worden gelden Argentinië en Engeland.
De benen van de paarden worden beschermd door bandages,
de staart wordt meestal ingebonden, zodat de polostick er niet
in verstrikt kan raken. De ruiter is uitgerust met een polostick van
bamboe (mallet) met aan het eind een ongeveer twintig centimeter
lang sigaarvormig dwarshout. De sticks moeten met gestrekte arm
juist de grond kunnen raken. De lengte hangt dus af van de grootte
van paard en ruiter. De polobal is vervaardigd uit bamboe, soms
ook uit elzen– of wilgenhout. De kleding van de spelers bestaat
uit valhelm, een poloshirt met korte mouwen, een rijbroek, een
van voren verlengde rijlaars, alsmede lederen kniebescherming,
elleboogbescherming en handschoenen.

TECHNIEK

Polo is gebaseerd op teamwork, het is geen spel van individuele
acties. Het vereist behendigheid, een snel reactievermogen,
moed en uithoudingsvermogen. Een ontspannen, buigzame zit in
volledige balans behoren tot de belangrijkste voorwaarden. Met
de linkerhand houdt men rustig de teugel vast (het paard wordt
bestuurd door middel van gewichtsverplaatsing), de rechterhand
hanteert de stick. Ook het bereden paard moet snel reageren en
snel in galop kunnen gaan indien noodzakelijk. Tegenstanders
worden afgedekt en ook van de bal gezet, ‘er af gereden’.
Ondanks de hoge lichamelijke eisen is voor het uitoefenen van deze
sport geen leeftijdsgrens gesteld.

polo